Na de reeks oorlogen in het voormalige Joegoslavië eind vorige eeuw werd een tribunaal opgericht om de oorlogsmisdadigers te berechten. Als rechtbank was het Joegoslaviëtribunaal succesvol, maar het slaagde er niet in de redenen achter de oorlogen bloot te leggen, ondervond UvA-historicus Petar Finci.
Na een aantal bloedige jaren werd in 1993, nog middenin de conflicten in voormalig Joegoslavië, het Joegoslaviëtribunaal opgericht om de individuele oorlogsmisdadigers voor hun misdaden te berechten. De zaken in het tribunaal droegen bij aan de waarheidsvinding over de gebeurtenissen, maar niet aan de vraag naar het waarom. Over de drijfveren achter de oorlog bleef het tribunaal verdeeld.
Het Joegoslaviëtribunaal klaagde 161 mensen aan voor hun misdaden. Veruit de meesten (90) werden in het internationale hof schuldig bevonden. Wat het tribunaal niet lukte, was het naar buiten brengen van een duidelijk verhaal over waarom de gruweldaden hadden plaatsgevonden, aldus Finci, die vandaag op dit onderwerp promoveert.
Tijd voor een kort geschiedenislesje. De Joegoslavische burgeroorlog bestond uit drie oorlogen die zich in het gebied van voormalig Joegoslavië afspeelden tussen 1991 en 2001. De conflicten ontstonden na de dood van Josip Broz Tito die vanaf halverwege de Tweede Wereldoorlog tot aan zijn overlijden in 1980 regeerde over de verenigde staat in de Balkan. Tussen de de versplinterde etnische groepen in het land, die ieder hun eigen nationalistische denkbeelden hadden, waaruit het land bestond, was weinig eenheid te vinden. En nu Tito er niet meer was werd het nationalisme niet langer onderdrukt. Joegoslavië viel uiteen en een serie van etnische zuiveringen en conflicten die veel mensen van het leven beroofden, volgde.
Beweegredenen
De Joegoslaviëoorlogen, die tussen 1991 en 2001 plaatsvonden, waren een reeks conflicten tussen verschillende etnische groepen en landen in het Balkangebied. De gevechten waren er niet alleen tussen landen, maar bestonden ook uit onafhankelijkheidsoorlogen en interne conflicten tussen etnische groepen. Dat maakte vraagstukken over de verantwoordelijkheid en motivatie achter de conflicten complex. Er was geen duidelijke winnaar of verliezer.
Juist die beweegredenen achter de conflicten zijn belangrijk voor het duiden van een historische waarheid, stelt Finci. Nu bestaat in de voormalige Joegoslavische landen (wat nu Slovenië, Kroatië, Bosnië en Herzegovina, Noord-Macedonië, Montenegro, Servië en Kosovo zijn) een overweldigend nationaal verhaal van slachtofferschap. Finci: ‘In elk van de landen beweren ze dat ze het slachtoffer waren van agressie door andere groepen en dat de oorlog een oorlog uit zelfverdediging was.’
Geen eenduidig verhaal
Hoe kan het, dat het tribunaal succesvol was in het vervolgen van de daders, maar toch een versplinterd verhaal naar buiten bracht? ‘Dat komt door de manier waarop het tribunaal was opgezet,’ legt Finci uit. Elke zaak werd individueel behandeld, verspreid over een periode van vierentwintig jaar. De rechters hoefden geen rekening te houden met uitspraken uit eerdere zaken, en keken elke keer met een nieuwe blik. Dit leverde tegenstrijdige conclusies op over de historische waarheid, vertelt Finci. Wie was er schuldig en wie niet? En waarom waren de conflicten ontstaan?
Het Joegovlaviëtribunaal werd door de veiligheidsraad van de Verenigde Naties opgericht als tribunaal om de leden van alle betrokken groepen in de conflicten in de Balkan te berechten voor hun misdaden. De drijfveren achter de conflicten waren in de rechtszaal een bijkomstigheid en verdwenen naar de achtergrond in contrast met het primaire doel: de verdachten schuld of onschuld toekennen.
Andere aanklacht
Verdachten werden naarmate de jaren vorderden voor andere misdrijven beschuldigd. In plaats van een schending van de Conferentie van Genève, waarvoor moest worden bewezen dat de oorlog internationaal was en niet alleen een burgeroorlog, werd het een aanklacht wegens criminele samenzwering, waarbij andere landen niet betrokken hoefden te zijn. Daarmee veranderde ook het verhaal over de verantwoordelijke partijen. Want waar in de eerste situatie indirect naar de rol van landen werd gehint, bleven die in de aanklachten daarna onbelangrijk. ‘Het tribunaal had in principe geen rechtsbevoegdheid over landen, alleen over individuele personen,’ legt Finci uit. Maar met het type aanklacht kon er wel naar schuld van landen worden verwezen.
Ook als het tribunaal wel een duidelijk narratief over de motivatie van de misdaden had opgeleverd, had dit het heersende beeld in de Balkanlanden niet veranderd, denkt Finci. ‘De elite had waarschijnlijk altijd een verhaal van slachtofferschap en zelfverdediging naar buiten gebracht.’
Een van de meest bekende gebeurtenissen is de genocide van Srebrenica. Ten tijde van de oorlog in Bosnië en Herzegovina waren de Bosnische moslims, om te ontsnappen aan de Bosnische Serviërs, uit omringende gebieden naar het dorp Srebrenica gevlucht. De plek, gelegen in Oost-Bosnië werd een enclave die als enige onder het bewind viel van de moslims. De Nederlandse legereenheid DutchBat III arriveerde, in opdracht van de Verenigde Naties, in januari 1995 om bescherming te bieden aan de Bosnische moslims. Op 11 juli datzelfde jaar vielen de Bosnische Serviërs, onder leiding van generaal Ratko Mladić met een overweldigende overmacht de stad binnen. De Nederlandse eenheid was getuige van de deportatie van meer dan 8000 moslimjongens en -mannen, die niet veel later allemaal werden doodgeschoten. De gebeurtenis in Srebrenica wordt gezien als de grootste genocide op Europees grondgebied na de Holocaust. In het Joegoslaviëtribunaal werden 20 mensen veroordeeld voor de misdrijven in Srebrenica, waaronder Mladić.
Verhaal van slachtofferschap
Het nationalistische verhaal van slachtofferschap is zichtbaar in de verheerlijking van generaal Ratko Mladić, die vorige maand op 84-jarige leeftijd overleed in het gevangenisziekenhuis in Scheveningen. In het Joegoslaviëtribunaal werd hij in 2017 veroordeeld voor oorlogsmisdaden, misdaden tegen de menselijkheid en zijn rol in de genocide van Srebrenica (zie kader). Hij kreeg een levenslange gevangenisstraf. Nadat zijn lichaam terugkeerde naar Servië, werd hij met een grootschalige, eervolle begrafenis in Belgrado herdacht. Door veel Serviërs wordt hij beschouwd als een nationale held en beschermer van Republika Srpska (een entiteit in Bosnië en Herzegovina met een overwegend Bosnisch-Servische bevolking, red.), schreef het NRC.
‘Mladić wordt door de elite en een deel van de media als een held onthaald. Er is ook een ander verhaal, maar daar wordt veel minder verslag van gedaan. Een dag voor zijn begrafenis werd er een klein LHBTIQ+ evenement in de buurt georganiseerd waar werd benadrukt dat dit niet hun Servië was en ze het leven van Mladić niet gingen vieren,’ zegt Finci. Het is misschien niet het enige beeld dat aanwezig is, maar het verhaal van slachtofferschap en de verheerlijking van personen zoals Mladić blijft dominant. Een narratief dat wordt versterkt door de politiek en de elite, legt Finci uit. En de onafhankelijke media die een afwijkend verhaal vertellen, staan onder druk, zo meldt het NRC.
Prolematisch
Waarom is het problematisch dat het tribunaal er niet in slaagde om geschiedenis te schrijven? De afwezigheid van een objectieve historische waarheid na de Joegoslavië oorlogen is een obstakel geweest voor de overgangsjustitie (het proces van politieke transitie na een periode van mensenrechtenschending, red.) na de burgeroorlog, zegt Finci. ‘Het is gebruikelijk dat er na een oorlog verschillende instanties worden opgericht die het verleden onderzoeken en proberen tot een zekere mate van begrip tussen de groepen te komen over wat er is gebeurd. In de voormalige Joegoslavische landen is een poging gedaan om een waarheids- en verzoeningscommissie op te richten, maar dat is mislukt.’
Een duidelijk altenatief voor het nationalistische verhaal van slachtofferschap is er nu niet, meent Finci. ‘Naar mijn ervaring zou niets van wat het Joegoslaviëtribunaal heeft gezegd invloed hebben gehad op de heersende verhalen. Maar dan was er tenminste nog een verhaal over het waarom geweest om op terug te vallen.’