De opleiding Interdisciplinaire sociale wetenschap (ISW) heeft besloten laptops en smartphones niet langer toe te staan tijdens colleges. ISW is niet de enige opleiding die teruggrijpt op analoge methoden ten bate van de onderwijskwaliteit: ook bij wiskunde en geschiedenis gaan ze terug naar krijt en papier.
Het gekras van pen op papier in plaats van getik op een toetsenbord en geen PowerPoints maar een schoolbord? Steeds meer UvA-studenten krijgen college zonder digitale hulpmiddelen.
Zo bleek deze week dat de opleiding Interdisciplinaire sociale wetenschap (ISW) heeft besloten om laptops en telefoons te weren uit alle colleges. De maatregel moet studenten beter bij de les houden, aangezien digitale hulpmiddelen volgens de opleiding te veel afleiden: 60 tot 80 procent van de studenten zou slecht opletten, zegt hoofddocent Cyrilein Evertsen. Haar studenten zijn dus weer aangewezen op pen en papier.
Niet altijd doelmatig
ISW is niet de enige opleiding waar dergelijke stappen ondernomen zijn. Docent Nederlandse geschiedenis Bram Mellink vraagt zijn studenten om opgegeven teksten geprint mee te nemen naar college en aantekeningen op papier te maken. Hij zegt dat die beslissing niets met weerstand tegen technologie te maken heeft. ‘Wat mij betreft gaat het niet om de tegenstelling tussen moderne en klassieke technieken. Ik ben zelf van jongs af aan een computernerd geweest en ook erg geïnteresseerd in AI, maar ik denk dat de inzet van laptops en smartphones niet altijd doelmatig is. Werkcolleges gaan over teksten, en daar heb je concentratie voor nodig: goed met elkaar hierover in gesprek kunnen gaan zonder al te veel afleiding.’
Positieve resultaten
Om die concentratie te bevorderen besloot Mellink met zijn collega’s vorig jaar laptops en smartphones te verbieden bij de hoorcolleges van een eerstejaarsvak. Tot zijn verbazing waren de reacties van de studenten overwegend positief. ‘In de evaluaties sprong dit beleid eruit als een van de punten die veel studenten juist aan de cursus waardeerden. Ze zeiden na afloop: “Ja, ik vond het aanvankelijk irritant, maar ik zie dat dit andere gesprekken oplevert. Dus ga er maar mee door”.’ Mellink voegt toe dat er ‘natuurlijk ook mensen waren die het irritant vonden’, maar dat de reacties onderaan de streep vaker enthousiast dan negatief waren.
Vanwege dat succes durfden Mellink en zijn collega's het aan de maatregel ook in te voeren bij de MA Algemene Geschiedenis. Consensus over het weren van digitale hulpmiddelen uit de opleiding geschiedenis als geheel, zoals bij de opleiding interdisciplinaire sociale wetenschappen, is er nog niet: ‘Maar naar mijn gevoel ontstaat hierover wel consensus.’
Eeuwige charme
Ook op het lespodium houden sommige docenten vast aan klassieke onderwijsmiddelen. Jan Brandts, docent wiskunde, is bijvoorbeeld groot voorstander van het krijtbord. Dat is deels respect voor de traditie. Hij heeft er zelf ooit wiskunde mee geleerd en gebruikt de borden nu zelf om een nieuwe generatie de kneepjes van het vak te leren.
Het schoolbord is volgens hem bovendien essentieel voor gedegen wiskundig onderwijs: ‘Wiskunde is echt een creatief proces. Als je technisch wil laten zien hoe iets werkt, dan moet je het voordoen. Het één voor één uitvoeren van alle stappen. Zoals je bijvoorbeeld voordoet hoe je op een piano een stuk speelt, zo doe je voor hoe je een bewijs opzet, stap voor stap op een krijtbord! Daarnaast is een verhelderend plaatje snel getekend en van kleur voorzien, en
net zo gemakkelijk gewijzigd of verwijderd.’
Stinkende whiteboards
Die charme ligt volgens Brandts ook in het materiaal besloten. ‘Whiteboards, waarop evengoed een bewijs stap voor stap uitgelegd kan worden, vindt hij niks. ‘Ik vind een whiteboard minder plezierig schrijven. Het contact van een krijtje met het bord is fijner dan met zo’n stift die halfleeg is. En ze stinken, vind ik. Dan heb je van die bordenwissers, waar allemaal zwarte zooi aan zit.’
Brandts vertelt dat hij niet alleen staat in zijn liefde voor het schoolbord. ‘Ik denk dat er maar weinig collega's zijn bij wiskunde, misschien de jongere die ik wat minder goed ken, die puur gebruik maken van digitale hulpmiddelen en die niet de charme van het schoolbord ook kennen.’
Folia maakte een kleine inventarisatie welke opleidingen nog meer kiezen voor laptopvrij onderwijs. Daaruit blijkt dat bij de opleiding geschiedenis laptops en smartphones niet toegestaan zijn bij de meeste colleges van het eerste jaar en bij de MA algemene geschiedenis. De coördinator van de BA Rechtsgeleerdheid liet daarnaast weten naar docenten gecommuniceerd te hebben dat ze ervoor kunnen kiezen om werkgroepen laptopvrij te geven. Verder mogen mobiele telefoons al langere tijd niet zichtbaar op tafel liggen bij colleges rechten. Op de medische faculteit zijn laptops en telefoons niet toegestaan tijdens klinische colleges, maar om de privacy van patiënten te waarborgen. Het Parool meldde dat de opleiding Sociologie het eerste jaar laptopvrij houdt, Sociale Geografie het begin van het eerste jaar en Antropologie enkele vakken.
Afleiding en interesse
In tegenstelling tot bij de colleges van Mellink zijn telefoons en laptops bij Brandts nog toegestaan. Hij beweert dat vanwege de intrinsieke interesse van studenten wiskunde de verleiding om de smartphone erbij te pakken minder groot is. ‘Je gaat niet wiskunde studeren omdat je daar later rijk mee wil worden. Je gaat wiskunde studeren omdat je vroeger een paar van die wiskundige aha-momenten had. Onze studenten komen hier, omdat ze die wiskunde willen leren en niet als middel tot een ander doel zien, zoals misschien bij andere opleidingen wel het geval is.’
Of geschiedenis één van die opleidingen is? Mellink denkt van niet. Afleiding kan volgens hem ook juist uit interesse voortkomen, zoals bleek toen een bekende een paar hoorcolleges bij hem volgde. ‘Ik had hem toen gevraagd: “Wil je eens opletten wat studenten allemaal achter die laptops doen?” Zijn observatie was dat ze voor een deel inderdaad met andere dingen als Facebook en WhatsApp bezig waren, maar ook heel veel met dingen opzoeken rondom wat ik vertelde. Ze waren dus best wel inhoudelijk met de stof bezig, alleen niet op de manier waarvan ik denk dat het op dat moment het meest nuttig is’.