Beter een goede buur dan een verre vriend? Wie dat oer-Hollandse spreekwoord in de praktijk wenst te brengen, kan zich dit weekend melden bij één van de vele activiteiten die worden georganiseerd in het kader van Burendag. Hoe is het eigenlijk om de UvA als buur te hebben?
Een prettige buur is een groot goed, maar beslist geen vanzelfsprekendheid. Vandaar dat in Nederland nu al twintig jaar iedere vierde zaterdag van september Burendag wordt georganiseerd. Maar hoe ervaren de directe buren van de UvA het eigenlijk om naast de universiteit te wonen?
‘Je zou denken dat de UvA een rustige buur is, maar dat is in de praktijk niet het geval. Vanwege de verbouwing van de bibliotheek hebben we hier tien jaar in een bouwput gewoond, en nu de bieb eenmaal is geopend zijn er tot een uur of twaalf ’s avonds mensen die hier lopen te babbelen. Ook wordt er door de universiteit veel onderhoud gepleegd, waardoor er altijd wel reuring en lawaai op straat is. Dat is wel eens lastig.’
‘Soms is het ook wel gezellig, hoor, die studenten voor de deur. Het enige nadeel is alleen dat we een fietsparkeerprobleem hebben. Veel studenten zetten hun fiets hier voor de deur, in plaats van in de kelder. Voor bewoners is dat vervelend, omdat er dan voor onze fietsen geen plek meer is.’
‘Het contact met de universiteit is verder goed. Ik ben lid van de bewonersvereniging en in het verleden wilde dat nog wel eens botsen, maar het overleg gaat tegenwoordig beter. In die zin kan ik het goed vinden met de universiteit als buur. Ik ben ook wel blij dat er iets met het gebouw hier is gebeurd, want dat was aan het verloederen. De bibliotheek is uiteindelijk prachtig geworden.’
‘Het is supertof om hier naast de universiteit te wonen. Deze locatie is voor mij als arme sloeber natuurlijk sowieso waanzinnig, en als ik straks les heb in het Bushuis koprol ik er zo heen.’
‘Hier in ons studentenhuis hebben we zelfs een deur die van binnenuit naar de Oudemanhuispoort leidt. Die mogen we eigenlijk niet gebruiken, maar dat hebben we in het verleden wel eens gedaan. Dan wandel je van je veilige huisje zo binnendoor naar de les. Je vergeet soms bijna dat dit huis ook gewoon onderdeel is van de UvA.’
‘Met de universiteit heb ik verder niet veel contact als buur, en omdat ik overdag zelf niet veel thuis ben, merk ik in de praktijk eigenlijk helemaal niet veel van al die studenten die hier over straat lopen. Maar ik denk dat het voor de mix in de buurt wel heel gezellig is, want verder wonen er ook veel oudere mensen.’
‘Er zijn denk ik wel wat buurtbewoners die het misschien lastig vinden dat hier ook studenten wonen, maar de universiteit zit hier nu eenmaal al honderden jaren. Het is mooi om dat zo te houden. En als je dan op zo’n bijzondere plek woont, is wat geluidsoverlast ook maar iets kleins.’
Sitters: ‘Toen we hier kwamen wonen, was er echt een gigantische verbouwing bezig, daar hebben we heel veel last van gehad. Er was ongelooflijk veel bouwverkeer, het leek alsof het huis ieder moment in kon storten.’
Bruins: ‘Er werd continu puin afgevoerd, de kopjes stonden te trillen op tafel. Uiteindelijk werd er ingegrepen omdat het echt gevaarlijk werd.’
Sitters: ‘We zagen wel dat de UvA z’n best deed, hoor, maar zo’n universiteit is natuurlijk een kolos. Er waren veel bijeenkomsten om de buurt te kalmeren, maar dat liep ook vaak uit op vervelende confrontaties, mensen waren zó boos.’
Sitters: ‘Verder is de UvA tegenwoordig wel een prima buur. Wat ik alleen echt onbegrijpelijk vind, is dat het groenbeheer zo slecht is. Er wordt altijd maar gemaaid, ieder grassprietje wordt verwijderd. Er is echt ander groenbeheer nodig als je de insecten een beetje ter wille wil zijn, of water probeert vast te houden. Dat gaat heel ouderwets.’
Bruins: ‘Het lijkt me ook voor de studenten leuker als er wat meer met het groen wordt gedaan. Ze hebben hier nu ook al een prachtige plek, maar voor het campusgevoel zou dat denk ik wel goed zijn. Betrek wat mij betreft het water erbij, gewoon méér groen.’